|
2.03.1
|
Alle vereiste uitrusting moet:
- goed functioneren
- goed bereikbaar zijn
- van een soort, grootte en capaciteit zijn die geschikt is voor het gebruik op het betreffende jacht
|
|
|
2.03.2
|
Alle zware uitrustingsstukken met inbegrip van binnenballast en binneninrichtingsstukken (zoals accu’s, kooktoestellen, gasflessen, tanks, motoren enz.) en ankers en kettingen moeten zodanig stevig zijn bevestigd dat zij op hun plaats blijven bij een kentering van 180 graden.
|
|
|
3.14 e.v.
|
Veiligheidsdraden op het dek aan stuur- en bakboord voor het doelmatig vasthaken van veiligheidsharnassen.
|
|
|
3.14.2/3/5/6
|
Degelijke ononderbroken zeerailing met draad van voldoende dikte en preekstoelen.
Verticale openingen max. 380 mm (>8.5m) age date voor 1/92 560 mm
Hoogte min. 450 mm (<8.5m) of 600 mm (>8.5m)
Bij schepen met leeftijd of seriedate na 1/93 mag de vert.opening niet groter zijn dan 380 mm. Preekstoelen moeten gesloten zijn bij bovenste buis (evt.touw)
Materiaal: RVS (na ’99 ongecoat) < 8.5 m, 3 mm
> 8.5 maar < 13 m, 4 mm
> 13 m 5 mm
|
|
|
Algemeen
|
Papieren boot; WA verzekeringspolis(kopie)
|
|
|
3.23.ev
|
Een handlenspomp klaar voor onmiddellijk gebruik, die niet in de kuip mag lozen tenzij deze open naar achteren is (zelflozend), die bediend moet kunnen worden met alle kuipbanken, luiken en kajuitingangen gesloten. Elke pomphandel moet (tenzij vast gemonteerd) geborgd zijn met een lijntje o.i.d. om verlies te voorkomen
|
|
|
3.23.5 f
|
Twee stevig geconstrueerde putsen met vaste lijn met een inhoud van tenminste 9 liter
|
|
|
3.24 a,b
|
Kompas, voor zeevaart geschikt (incl.verlichting) op de juiste wijze opgesteld en gecompenseerd plus een deugdelijk reserve kompas of reserve handkompas.
|
|
|
3.27 ev
|
Navigatieverlichting met reservelampjes en een noodnavigatieverlichting voorzien van aparte krachtbron en bekabeling, beide moeten aan de SOLAS voorschriften voldoen
< 12m. 10W, >12m. 25W.
|
|
|
4.10 ev
|
Radarreflector min. 4 meter boven het wateroppervlak. Bij achthoekige vorm met een diameter van min. 456mm. Anderen van een bewijsstuk voorzien dat het een reflecterend oppervlak heeft gelijkwaardig aan >10m2.
|
|
|
4.06 ev
|
1 anker met een voor het schip geschikte kettingvoorloop (< 8.5m)
2 ankers met een voor het schip geschikte kettingvoorloop (> 8.5m)
alle ankers zeevast gemonteerd (zie aanbeveling) gereed voor onmiddellijk gebruik (alles aan elkaar bevestigd)
|
|
|
4.15.1 a,b
|
Noodhelmstok die op een roerkoning bevestigd kan worden
Bij twijfel, laten demonstreren
|
|
|
4.22 ev
|
Reddingboei met drijfanker of lifesling met zelfontbrandend drijflicht binnen bereik van de stuurman, klaar voor direct gebruik.
Het aanwezig zijn van een Joon vrijwaart niet tot het niet aanwezig zijn op het jacht van de in art. 4.21a genoemde reddingsboei.
|
|
|
4.24
|
Werplijn (drijflijn) 15m – 25m lang voor onmiddellijk gebruik gereed vanuit de kuip
|
|
|
4.25
|
Kuipmes: snel grijpbaar, scherp,sterk,
|
|
|
4.26 ev
|
Een zwaar weer fok, en een storm-trysail of een reefinrichting in het grootzeil die het voorlijk met min. 40% verkleint
|
|
|
4.11.1
|
Navigatiekaarten: Ned.Noordzeekust + IJmuiden; Aanloop Lowestoft; Oostkust Gr. Brittannië;
|
|
|
4.16
|
Gereedschap met reserve delen om het staand want doelmatig van de romp te kunnen scheiden
|
|
|
3.22
|
Voldoende veilige handgrepen benedendeks
|
|
|
3.18/19/
20
|
Kooien, toilet (of vast emmercloset) en kombuis, alles vast aangebracht
|
|
|
3.28.1/3/4
|
Een motor met een afzonderlijke startaccu en een vastingebouwde tank met afsluitkraan en daarin een minimum hoeveelheid brandstof, voldoende om gedurende 8 uur de motor met een redelijke snelheid voort te stuwen
|
|
|
3.29 ev
|
Marifoon (zee-uitvoering 25W) voorzien van masttopantenne en een noodantenne, geschikt voor ontvangst en communicatie op kanaal 21,16,72 & 77
Een automatische positie bepaler, (GPS-apparatuur)
|
|
|
4.03
|
Tapse zachthouten pluggen van de juiste maat op of nabij afsluiters
|
|
|
4.05
|
Brandblussers: 2 goed toegankelijke brandblussers van 2 kg blusgewicht ieder.
De blussers moeten geschikt zijn voor branden van het type A.B & C.
|
|
|
4.07
|
Minimaal twee (2) handlantaarns, tegen water bestand met reserve batterijen en lampjes, waarvan één lantaarn geschikt is om mee te seinen
|
|
|
4.08.1/2/3
|
EHBO-uitrusting met handleiding (EHBO-boekje) en een capaciteit voldoende voor het aantal opvarenden.
|
|
|
6.05.3
|
Min. één bemanninglid dient EHBO kennis te hebben.
|
|
|
4.09
|
Misthoorn
|
|
|
4.23.1
|
Noodsignalen niet ouder dan 3 jaar, waterdicht verpakt
- valscherm rood 4x
- handstakel rood 4x
- handstakel wit 4x
- rooksignaal oranje 2x
|
|
|
5.01 ev
|
Reddingvesten, één voor elke opvarende, voorzien van fluitje, licht en kruisband (broektype) welke bij contact met zeewater ook als de drager buiten bewustzijn is zichzelf opblaast (of een vast reddingvest) en voldoende drijfvermogen bezit.
Een reddingvest dient tenminste 150 N (aanbevolen wordt 275 N) aan drijfvermogen te bevatten, zodanig verdeeld dat een bewusteloze veilig wordt ondersteund met het aangezicht naar boven gekeerd en onder een hoek van ongeveer 45 graden met het wateroppervlak.
Opblaasbare reddingvesten dienen jaarlijks te worden getest op luchtdichtheid
|
|
|
4.17
|
Alle redmiddelen (ook de reddingboei) voorzien van reflecterend tape en de naam van het jacht
|
|
|
5.02.1
|
Veiligheidsgordels voor alle opvarenden voorzien van snaphaken en een lijn niet langer dan 2 meter.
Er kan geëist worden dat men toont dat alle bemanningsleden doelmatig aan het jacht moet kunnen worden bevestigd.
(Gewichtsvesten zijn niet toegestaan)
|
|
|
3.21.1/3
|
Tenminste één blijvend aangebrachte watertank waarvan de bediening middels een pomp plaatsvindt en tenminste 9 liter water voor noodgebruik in één of meer reservoirs
|
|
|
4.20 ev
|
Een reddingvlot geschikt om de gehele bemanning te kunnen dragen welke binnen 15 seconden aan de railing gebracht kan worden.
Gestouwd op de volgende wijze:
- aan dek (werkdek) veilig bevestigd of
- in een speciale bergruimte direct toegankelijk vanaf het werkdek en welke alleen het reddingvlot mag bevatten mits:
- elke ruimte waterdicht of zelflozend is en het toegangsluik tot het bergruim eenvoudig te openen is of
- verpakt in draagtassen die niet zwaarder mogen zijn dan 40 kg. onderdeks geborgd in de onmiddellijke nabijheid van de kajuitingang
Een geldig jaarlijks (1 jaar) certificaat of kopie hiervan moet aanwezig zijn.
|
|